Https://inzicht.pelsrijcken.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://inzicht.pelsrijcken.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM

“Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht.

De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren.”

Het EHRM onderscheidt “three distinct rules”:

“The Court recalls that Article 1 of Protocol no. 1 guarantees in substance the right to property. It comprises three distinct rules. 1) The first, which is expressed in the first sentence of the first paragraph and is of a general nature, lays down the principal of the peaceful enjoyment of possessions. 2) The second, in the second sentence of the same paragraph, covers deprivation of possessions and makes it subject to certain conditions. 3) The third, contained in the second paragraph, recognises that the contracting states are entitled to control the use of property in accordance with the general interest or to secure the payment of taxes or other contributions or penalties.”

Het EHRM toetst aan de hand van de volgende drie vragen of aan artikel 1 Eerste Protocol EVRM is voldaan:

1) Is er sprake van eigendom in de zin van artikel 1 Eerste Protocol EVRM?

• Bestaande eigendomsrechten;

• Vermogensbestanddelen;

• Vorderingen; Alleen voor zover sprake is van een ‘legitimate expectation’

2) Zo ja, is er sprake van inmenging in het eigendomsrecht?

3) Zo ja, is die inmenging gerechtvaardigd?

a. Voorzien bij wet?

b. In het algemeen belang?

c. Fair balance? Daarbij is uitgangspunt dat de Lidstaten een ‘wide margin of appreciation’ hebben.