Https://inzicht.pelsrijcken.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://inzicht.pelsrijcken.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Artikel 2 van het Eerste Protocol bij het EVRM

De vrijheid van onderwijs is neergelegd in artikel 23 van onze Grondwet. Het recht op onderwijs is echter ook neergelegd in artikel 2 Eerste Protocol EVRM, waar de rechter wel aan kan toetsen:

 

“Artikel 2. Recht op onderwijs

Niemand mag het recht op onderwijs worden ontzegd. Bij de uitoefening van alle functies die de Staat in verband met de opvoeding en het onderwijs op zich neemt, eerbiedigt de Staat het recht van ouders om zich van die opvoeding en van dat onderwijs te verzekeren, die overeenstemmen met hun eigen godsdienstige en filosofische overtuigingen.”

 

De eerste zin drukt dat uit, door te bepalen dat niemand het recht op onderwijs mag worden ontzegd. De tweede zin voegt daar aan toe dat de Staat het recht van ouders om zich van die opvoeding en van dat onderwijs te verzekeren, die overeenstemmen met hun eigen godsdienstige en filosofische overtuigingen.

Een voorbeeld, waarbij ook de Afdeling bestuursrechtspraak aansluit: de zaak van Konrad tegen Duitsland.

• Het ging daar om een echtpaar dat hun twee kinderen vanwege religieuze redenen thuisonderwijs gaf.

• In Duitsland is thuisonderwijs echter niet toegestaan.

• De ouders beriepen zich op de tweede zin van artikel 2, en zeiden dat de Staat hun recht om hun kinderen het onderwijs te laten krijgen dat met hun eigen godsdienstige overtuigingen overeenstemde, niet eerbiedigde door hen te verplichten hun kinderen naar school te laten gaan.

 

Wat bepaalt die tweede zin nu, volgens het EHRM?

• Bedoeld om het pluralisme in het onderwijs te bewaken, belangrijk voor het behoud van een democratische samenleving dat een terugkerend element in het Verdrag is.

• De tweede zin moet worden gelezen in combinatie met de eerste zin, het recht van een ieder op onderwijs.

• Dat is het fundamentele recht waar het om gaat, en het recht van ouders op respect voor hun overtuigingen is daarop gebaseerd.

• Het recht van ouders op eerbiediging van hun overtuigingen bestaat dan ook alleen, zo zegt het Hof, voor zover het niet conflicteert met het recht op onderwijs.

• Dat recht op onderwijs “by its very nature calls for regulation by the State”.

• De opvattingen daarover kunnen naar gelang tijd en plaats kunnen verschillen; staten beschikken over een margin of appreciation beschikken.

• Die geeft Staten bijvoorbeeld de ruimte om voor een stelsel te kiezen met de mogelijkheid van thuisonderwijs, maar ook om, zoals in Duitsland, te kiezen voor een stelsel waarin alle kinderen verplicht zijn om naar school te gaan (EHRM 11 september 2006, 35504/03, Konrad e.a./ Duitsland).